Delage: de hergeboorte van een vergeten autolegende

En plein phares: Franse automerken die je (bijna) vergeten was

Citroën, Renault en Peugeot kent iedereen. Maar de Franse autogeschiedenis is veel rijker dan alleen die drie namen. In deze rubriek zetten we elke maand een minder bekend, of zelfs vergeten merk of model in de schijnwerpers. C'est parti !


Een man, een droom en 35.000 frank

Het jaar is 1905. Louis Delâge verlaat zijn baan bij Peugeot met 35.000 frank op zak en huurt een klein atelier in Levallois-Perret, vlak bij Parijs. Twee draaibanken, een handvol medewerkers en een grote droom: auto’s bouwen die Frankrijk eer zouden brengen.

Zijn strategie was slim voor die tijd: in plaats van zelf motoren te ontwikkelen, bouwde hij zijn eerste wagens rondom de bewezen De Dion-Bouton-motor. Zo kon hij zich volledig richten op het koetswerk, de afwerking en - last but not least - de marketing.


Op het circuit veroverde de naam zijn glans

Louis Delâge begreep als een van de weinigen in die tijd dat je naam wordt gemaakt op het circuit. Nog voor de Eerste Wereldoorlog won Delage de Coupe des Voiturettes in Dieppe (1908), de Grand Prix de France in Le Mans (1913) en de Indianapolis 500 in 1914. Dat zijn geen kleine wedstrijdjes. De Indianapolis 500 was (en is) als een van de meest prestigieuze autoraces ter wereld.

Delage Type 15 S8

Make it stand out

In de jaren twintig domineerden de Delage-racewagens de circuits van Europa. In 1927 kroonde de Type 15 S8 het merk officieel tot Champion du Monde des Constructeurs - een wereldkampioenschap, avant la lettre, voor de Formule 1 bestond. En in 1924 brak een Delage het wereldsnelheidsrecord op de weg: 230 km per uur. In 1924 🤯


De luxe-jaren: rijden als een vorst

Racesuccessen waren mooi, maar ze betaalden de rekeningen niet. In de jaren twintig en dertig verschoof Delage steeds meer richting de luxemarkt. En dáár liet het merk pas echt zien waartoe het in staat was.

De befaamde D8, gepresenteerd op het Salon de Paris in 1929, werd het paradepaard van de collectie.

Een achtcilindermotor, drie verschillende wielbases, en carrosserie die op maat werd gebouwd door de beste carrossiers van Europa: Figoni, Chapron, Letourneur & Marchand. Elke Delage was een uniek object en geen enkele auto verliet de fabriek precies hetzelfde als een ander exemplaar.

De klantenkring was navenant. Danseres Joséphine Baker reed in een D6. Maharadja's uit India bestelden gepantserde versies. De schrijfster Colette omschreef de verchroomde grille als "un bijou roulant" (een rijdend juweel). Bijna 20 procent van de productie ging naar de Amerikaanse markt, waarbij sommige D8's per boot naar New York werden verscheept om tentoongesteld te worden op de Fifth Avenue.


De crisis die alles veranderde

En toen kwam de crisis in de jaren ‘30. Delage was afhankelijk van een kleine, vermogende klantenkring en die hield van de ene op de andere dag op met kopen. De kosten van de raceprogramma's hadden ook hun tol geëist. In april 1935 zag Louis Delâge zich genoodzaakt faillissement aan te vragen. Hij stierf in december 1947, arm en vrijwel vergeten door de grote wereld. De man die de Indianapolis 500 had gewonnen en die auto's had gebouwd waar Josephine Baker in rondreed.

Voor het merk Delage eindigde het gelukkig niet helemaal: Delahaye nam het merk over en produceerde gedurende een paar jaar nog nieuwe Delages, totdat zijzelf ook weer overgenomen door een ander automerk (het waren lastige tijden in de autowereld). Het merk Delage verdween definitief in 1953.


De fans die het vuur brandend hielden

Maar, het verdween niet helemaal. Er waren nog steeds genoeg Delage-liefhebbers (oud-medewerkers en klanten) en op 15 januari 1956 richtten zij Les Amis de Delage op (de vrienden van Delage). Patrick Delâge, achterkleinzoon van Louis zelf, werd de ere-voorzitter en gardien du temple van het merk.

De vereniging restaureerde auto's, organiseerde ritten en hield de herinnering levend. In 1985 registreerden ze de merknaam officieel, zodat niemand anders er vandoor kon gaan met de erfenis van Louis Delâge.

Decennialang waren ze actief. Stil, toegewijd, zonder grote ambities. Ze wilden gewoon de vlam brandend houden.

Les Amis de Delage

Bijeenkomst van Les Amis de Delage in 2024 (© www.delage.org)


De hergeboorte: Laurent Tapie en de D12

In de 21e eeuw kwam ineens Laurent Tapie in beeld. Zoon van de bekende Franse zakenman Bernard Tapie, al zijn hele leven gefascineerd door auto's, en met een ambitieus plan: een hypercar bouwen onder de naam Delage.

Les Amis de Delage waren aanvankelijk terughoudend. Begrijpelijk: de naam had een betekenis, een gewicht, een geschiedenis die je niet zomaar aan iemand overhandigt. Maar het enthousiasme van Tapie overtuigde hen. Op 7 november 2019 werd op het Époqu'auto-salon in Lyon de hergeboorte van Delage officieel aangekondigd.

Het resultaat is de Delage D12:

Een hybride hypercar met een V12-motor en een gecombineerd vermogen van 1.100 pk. Er worden slechts 30 exemplaren gebouwd. De prijs: ruim 2 miljoen euro per stuk.

De D12 is geen nostalgische eerbetoon. Het is een techologisch statement: remmen van koolstofkeramiek, een batterij ontwikkeld in samenwerking met de INSA Lyon, en een casco deels versterkt met natuurlijk linnen. Alles Frans, alles haut de gamme.

Ver verwijderd van de elegante vooroorlogse koetswerken, maar gemaakt met dezelfde liefde voor perfectie.


Van twee draaibanken tot 2 miljoen euro

Van twee draaibanken in een straatje bij Parijs tot een hypercar van ruim twee miljoen. Het kan raar lopen.

Welke van de twee zou jij liever op je oprit hebben staan: een elegante D8 uit de jaren dertig, of de D12 van nu?


Vond jij dit artikel leuk?

Dan is onze wekelijkse nieuwsbrief echt iets voor jou. Elke week praktische tips, Franse regels uitgelegd en een stukje Franse autocultuur, gewoon in je inbox.

Volgende
Volgende

De Crit’Air sticker: wat is het, wanneer heb je hem nodig en hoe kom je eraan?